Soms ben je gewoon té compliant… 🤯⚖️ Deel vier
Hoe ver moet je terug?
Bij het onderzoek naar de herkomst van de middelen gaf de cliënt aan dat hij het bedrag geschonken had gekregen van zijn ouders. De notaris vond dat niet voldoende en stelde zich in verbinding met de desbetreffende ouders om aan hen te vragen hoe zijn aan de middelen waren gekomen.
Het bleek om de opbrengst van de verkoop van hun woonhuis te gaan.
Waar stopt dit? Moet de notaris ook vragen hoe de ouders destijds aan de gelden waren gekomen om het woonhuis te kopen?
Het uitgangspunt van de WWFT is dat je risiciogebaseerd cliënten-en transactieonderzoek moet verrichten.
In principe bergen inwoners van de EU een laag risico in zich en zou je moeten kunnen volstaan met een vereenvoudigd onderzoek, ookal van de KNB dat je het normale cliëntenonderzoek als uitgangspunt moet nemen.
In het “standaardgeval” zonder risico-indicatoren kan (en mag) de notaris in beginsel stoppen bij de verklaring van de schenking, mits die verklaring plausibel is en past bij het risicoprofiel van de cliënt en de transactie.
Waarom dit verdedigbaar is
De kern zit in drie woorden uit de Wwft-systematiek:
- risicogebaseerd
- proportioneel
- zo nodig
De Wwft zegt niet: “onderzoek altijd elke stap terug tot het ontstaan van het vermogen”.
Ze zegt: “met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of transactie gebruikt worden”.
Als:
- de cliënt verklaart dat sprake is van een schenking van de ouders,
- dit niet ongebruikelijk is in de context van de transactie,
- er geen risico-indicatoren zijn (geen complexiteit, geen ongebruikelijke bedragen, geen derde-landen, geen inconsistenties),
- en het past bij het sociaal-economisch profiel,
dan is er geen wettelijke grond om verder te graven. Doe je dat wel, dan verzamel je meer (persooons-)gegevens dan nodig en handel je in strijd met de AVG.
📚 Dit is deel 4 uit ons WWFT-feuilleton:
👉 https://amlmadeeasy.com/blog/
🤝 Volg ons op LinkedIn:
👉 https://www.linkedin.com/company/aml-made-easy-b-v/
